Het pand

In 1865 werd een woonwinkelpand met broodbakkerij gebouwd aan het Oosterdiep in Wildervank, vermoedelijk voor J. Werkman. De broodoven werd gestookt op turfjes. Later nam een zoon van Werkman het bedrijfje over. In 1891 was er al een voorraadschuur voor turf aangebouwd, getuige een steen met dat jaartal in de achtergevel.

Het pand vóór de verbouwing in 1926. →

In 1926 was J. Werkman jr., net als zijn vader broodbakker, eigenaar. In zijn opdracht werd de voorkant verbouwd in de toen moderne en populaire Art Deco stijl en werd het dak verhoogd. Op de verdieping kwamen slaapkamers plus een knechten- en een meidenkamer. De zaken gingen blijkbaar goed. Het pand heeft nu nog steeds de vorm die toen ontstond. Opmerkelijk is dat in die tijd heel wat bakkers in Wildervank gevestigd waren. Het thuisbakken was duidelijk uit de gratie en de gezinnen waren groot. Aan klandizie was dus geen gebrek. Misschien zal men ook al brood uitgevent hebben in de buitengebieden. Gewild was roggebrood (“stoet”); tarwe was duur.

In 1939 was H.A. Wemmenhove eigenaar. De schuur was al of werd toen gedeeltelijk verbouwd om ruimte te maken voor een banketbakkerij. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bood het pand een schuilplaats aan onderduikers. Tijdens een razzia zouden die via het dak gevlucht zijn, de achtergelegen velden in. Naar het niet veraf gelegen postkantoor was dit weggedeelte inmiddels Poststraat genoemd. Zoals in veel Groninger veenkoloniën gebruikelijk kreeg de weg, of beter gezegd: pad, aan de andere zijde van het kanaal, de zgn. stille kant of “landskant”, de naam Postkade.

In juli 1971 betrok J. Zijlema het pand om hier het bakkersbedrijf, dat eerder even verderop aan de Raadhuisstraat gevestigd was, voort te zetten. Hij zou er tot eind 1987 zijn beroep uitoefenen. In die tijd werd een kleiner deel van het pand verhuurd als woonruimte en had het ook twee huisnummers: 77 en 78 (de nummering loopt dus gewoon door). De oude voordeur van nummer 78 is nog aanwezig aan de zijkant van het pand, alleen het verhoogde bordes met optreden ervoor is door de nakomende eigenaars weggehaald.

Eind 1988 werd het pand verkocht aan de gemeenteambtenaar G. Spieard en zijn vrouw. Zij dreef een paar jaar een kinderkledingwinkeltje in het winkelgedeelte. Na sluiting van het winkeltje werd dat bij de woonruimtes getrokken. De banketbakkerij en turfschuur werden verbouwd t.b.v. een wooneenheid voor haar ouders. De broodbakkerij met oven raakte in verval. In die tijd zijn helaas een aantal originele Art Deco elementen verwijderd (verkocht?) of weggemoffeld. Ook de luiken verdwenen van het pand. De drang tot modernisering eiste zijn tol. Zelfs de appelboom van het oude ras Groninger Kroon in de tuin ging ten onder

Zomer 2014 kocht Dick de Jong het pand, inmiddels verregaand verwaarloosd. De operatie: het-pand-weer-inoude-luister-herstellen, kon beginnen. Zo werden containers vol spaanplaat en plastic schrootjes, goedkoop en populair in de jaren 80 van de twintigste eeuw, afgevoerd. Een bonte verzameling van de meest uiteenlopende soorten deuren en deurkrukken werd vervangen door gelijkvormige Art Deco exemplaren. Het afgebladderde hout werd geschuurd, gegrond en geschilderd in authentieke kleuren. Versleten tapijt (zoals in een badkamer!) maakte plaats voor keramische tegels in oude stijl. Ontbrekende dakpannen werden aangevuld, vergane goten vervangen, net zoals verrotte windveren. Verwarming en elektra werden aangepakt. En de verende vloeren, gebarsten ruiten en vermolmde kozijnen. En nog een heleboel meer… Al met al duurde het meerdere jaren - met ups en downs - voordat het pand er weer enigszins fatsoenlijk uitzag, zowel van buiten als van binnen.


Toen nog bakkersknecht Hendrik Wemmenhove met winkelmeisje Mellie, die in 1939 zijn vrouw zou worden


De bakkerij aan het Oosterdiep, toen nog genummerd B 82, in Wildervank - zonder luiken, dus waarschijnlijk in de winter.


Bakker Wemmenhove met zijn vrouw in de banketbakkerij.


Zoon Bert Wemmenhove klaar om brood te gaan uitventen.