Wildervank - een kruimel geschiedenis

In de Gouden (17e) Eeuw maakte Nederland een bloeiperiode door op het gebied van handel (V.O.C.), wetenschap (stichting van universiteiten) en kunsten (Joost van den Vondel, Rembrandt van Rijn, etc.). Voor o.a. de vele schepen, de uitbreiding van Amsterdam (heipalen!) en brandstof ten behoeve van de groeiende bevolking was veel hout nodig. Zóveel, dat van de bossen die Nederland ooit bedekten (Hol(t)land) niet veel meer overbleef.

Een nieuwe brandstof voor verwarming en koken werd gevonden in turf. Turf is gedroogd veen. Zompig hoogveen, dat in het zuidoosten van Groningen en het oosten van Drenthe in overvloed voorkwam. Eeuwenlang was het letterlijk waardeloze (=zonder waarde) grond geweest: niet geschikt voor landbouw. Maar als brandstofleverancier kreeg het opeens een heel andere klank; turf werd “het bruine goud”.

Voor de afwatering van het veen en afvoer van de turven werden kanalen gegraven. Dat graven gebeurde met de hand. Zwaar werk. De man op de bodem stond de hele dag met zijn voeten in de bagger te spitten, maar verdiende het minst. “Het onderspit delven”(=graven) komt hier vandaan. Hoger op de kanaalwand kreeg je het beter. Letterlijk “hogerop komen”. Langs de kanalen kwam bebouwing: veenarbeiders, maar ook ambachtslieden en winkeliers vestigden zich daar. Zo ontstond een “veenkolonie”.

Wildervank is zo’n oude veenkolonie, gesticht in de 17e eeuw (1647). Het ligt ten zuiden van Veendam in de provincie Groningen, vlakbij de provincie Drenthe, hemelsbreed een kleine 25 km. van de Duitse grens. Kenmerkend is de lintbebouwing, wel zo’n 5 km. lang, langs de twee(!) parallel liggende kanalen, het Westerdiep en het Oosterdiep. In de negentiende eeuw beleefde Wildervank weer een bloeiperiode. “De Gouden Eeuw van de Veenkoloniën". Daarin speelde de -uit de turfvaart voortgekomen- veenkoloniale scheepvaart een belangrijke rol. In 1866 stonden in Wildervank maar liefst 115 binnenschepen en kustvaarders geregistreerd!



In die bloeitijd, om precies te zijn in 1865, werd aan het Oosterdiep een groot woonwinkelpand voor een brood- en banketbakkerij gebouwd. In 1926 werd de voorkant verbouwd in Art Deco stijl. In 2014 verwierf Dick de Jong dit historische pand. Na een omvangrijke restauratie is sinds 2019 hierin de galerie van zijn echtgenote, Annelies Stuivenberg, voor eigentijdse realistische kunst gevestigd.



→ Foto: het pand (voorgrond) + 1932.