De eerste expositie in een nieuwe galerie is altijd spannend. Wij zijn de kunstenaars die samen met ons deze uitdaging durven aangaan dan ook bijzonder dankbaar. Hieronder stellen wij hen aan u voor.

Herma van Bolhuis (1964) schildert in de traditie van de Franse impressionisten zoals Monet. Kenmerkend daarvoor is de weergave van dat ene moment op een vlotte, bijna schetsmatige, manier van alledaagse taferelen. Er is veel aandacht voor de verschillende schakeringen van kleur bij veranderend licht. Ook voor Herma is de vorm ondergeschikt aan de atmosfeer. Toch zijn haar onderwerpen direct herkenbaar. Meer nog: je proeft meteen de sfeer, voelt de warmte, ruikt de geur, hoort de geluiden. Werk dat je in een bepaalde stemming brengt. Heerlijk.

 
Harry van den Bosch (1948) was als kind al gefascineerd door tekenen en schilderen. Toch werd het een loopbaan in het onderwijs. Na zijn pensionering had hij eindelijk meer tijd voor de ontwikkeling van zijn talenten. En die zijn niet gering! In de technisch moeilijke aquareltechniek, waarin je je geen foutje kunt veroorloven want overschilderen is vrijwel onmogelijk, maakt hij niet alleen stralende zomerbloemen, maar ook bijv. de serie “Klopt het wel?”. Werk met een actuele knipoog naar Escher, waar je steeds opnieuw naar moet kijken. Werk dat blijft boeien

  
Greetje Hoving (1944) uit Zuidhorn maakt keramiek puur voor haar plezier. Dat plezier spat dan ook af van haar beeldjes. Speels, vaak humoristisch, soms met een knipoog, maar altijd meteen herkenbaar en zeer toegankelijk. Zo sterk als deze kleine, aimabele vrouw is, zo bijna robuust is haar werk. Geen overbodige detaillering, alles is teruggebracht tot de essentie. Uit de natuurlijke vormen spreekt een vanzelfsprekendheid die ‘down to earth’ is. Tegelijkertijd prikkelt haar werk onvermijdelijk de fantasie. Dat is bijzonder knap.

  
Janine Starke (1970) studeerde in 1994 af aan kunstacademie Minerva in Groningen, maar woont en werkt inmiddels al jaren in Frankrijk. Haar tekeningen met kleurpotlood (een niet vaak gebruikt materiaal in de kunst) zijn ongelooflijk gedetailleerd en fijnzinnig uitgewerkt. Haar geduld moet schier oneindig zijn: aan één tekening werkt ze weken, soms maanden intensief. Perfectie op het allerhoogste niveau. In haar werk zijn haar liefde voor de natuur en haar gevoel voor mystiek onmiskenbaar. Buitengewoon en nog maar zelden in Nederland te zien èn te koop.

  
Johan de Vries (1955) is meester-glasblazer en maakt mondgeblazen, sierlijke vazen, schalen, bokalen, bollen en kelken. Het werk valt op door de vloeiende, heldere kleuren. Hij bouwt zijn werk op in meerdere transparante kleurlagen. Daarbij is niet, zoals bij geblazen glas gebruikelijk, de vorm het uitgangspunt: kleur en tekening zijn primair. De vormen lijken bijna organisch vanuit de draaiende beweging van de blaaspijp te zijn ontstaan; de natuur is daarbij dan ook zijn inspiratie. Glanzend, sprankelend, schitterend. Absoluut uniek.

CARNAVAL DES ANIMAUX (een bonte beestenboel) van 23 augustus t/m 29 september 2019 in Galerie “Kijk ’s Kunst”, Poststraat 77, 9648 JP Wildervank. Met schilderijen van Vilma van den Berg, keramiek van Hilde van Heuveln, beelden van ijzer en cortenstaal van Oscar de Jong en schilderijen en tekeningen van Ietje Röhr. Open: vrijdag, zaterdag en zondag: 13.30 - 17.30 uur.

  
In 1996 liet Vilma van den Berg-Zevenhuizen met haar gezin de randstedelijke bouwput achter zich en trok naar het rustieke Westerwolde in Oost-Groningen, waar ze haar liefde voor de natuur beter tot uiting kan brengen. Deze passie zien we dan ook steevast terug als onderwerp van haar schilderijen: in een groot gedeelte van haar werk staan dieren centraal. Vilma hoopt met deze werken het menselijke in de dieren bloot te leggen, om zo de kloof tussen mens en dier te verkleinen. Soms serieus, vaker met een humoristische kwinkslag.

  
“Kunst omdat we het leuk vinden” is het motto van Hilde van Heuveln en Oscar de Jong. Hilde is geboren Friezin maar woont al ruim 30 jaar in de provincie Groningen. Haar beelden zijn gemaakt van grove chamotteklei, waarbij de natuur steeds haar grootste inspiratiebron is. Voor het decoreren worden vooral slib en oxides gebruikt. Het meeste heeft ze geleerd “door vallen en opstaan”. Dat mag zo zijn, haar keramiek kenmerkt zich door een zeer rake typering.

  
Oscar de Jong groeide op in Amsterdam, vlakbij dierentuin Artis. Misschien geen wonder dat hij bioloog is geworden… Zijn liefde voor en kennis van de natuur zie je terug in zijn stoere en toch luchtige beelden van ijzer en cortenstaal. Cortenstaal krijgt in de buitenlucht de zo kenmerkende roestlaag, maar roest daarna niet verder. Grotendeels autodidact als kunstenaar, weet Oscar met minimale vormen de typerende kenmerken van dieren op knappe wijze weer te geven. Zo ontstaan beelden die sterk tot de verbeelding spreken. Zijn dieren zijn ook te bekijken in de beeldentuin achter de galerie.

  
Ietje Röhr was docente tekenen in het voortgezet onderwijs. Ze is beslist geen kattenkop, maar wel gek op katten; ze heeft er 12 (!) In elk geval nemen katten een prominente plek in haar werk in (en in haar huis dus). Zo treffend, zo typerend, zo herkenbaar en zo eigenzinnig als alleen een kat kan zijn, weet ze de dieren op schildersdoek of papier vast te leggen. Zelfs wie niet van katten houdt, wordt op slag verliefd op haar spinnende, miauwende, kopjes gevende viervoetertjes. Als die nou maar geen kattenkwaad uithalen…

DOOR DE BOMEN HET BOS van 11 oktober t/m 17 november in Galerie “Kijk ’s Kunst”, Poststraat 77, Wildervank. Open: vrijdag, zaterdag en zondag 13.30-17.30 uur.

Albert Dubben was werkzaam in het speciaal onderwijs, maar heeft vanaf 2007 eindelijk meer tijd voor zijn passie: houtdraaien. Als een stuk hout zich ervoor leent dan gaat zijn voorkeur uit naar het maken van een kom, schaal of vaas met een natuurrand. De vraag voor hem is steeds: hoe laat ik de structuur van het hout, de bast, de spintlaag en het kernhout zo mooi mogelijk uitkomen in het te maken werkstuk? Hij reist regelmatig af naar het buitenland, bijvoorbeeld het uiterste noordoosten van Noorwegen, tegen Rusland, om het bijzondere hout dat hij graag gebruikt op de kop te tikken

Arie Goedhart woont al meer dan dertig jaar in Drenthe. Al vroeg bestond een groot deel van zijn dag uit tekenen en tegenwoordig is zijn passie een dagelijkse bezigheid geworden. Pen en inkt zijn de gereedschappen waarmee hij werkt. Daarnaast gebruikt hij de rietpen en gepigmenteerde inkten, waarmee hij (verdund) af en toe zijn tekeningen letterlijk kleur geeft. Landschappen vormen voor hem een onuitputtelijke bron van inspiratie. Zoals hij zelf zegt: “Het is een voorrecht bezig te zijn met de schoonheid van de natuur”.

Arne van Hulsen is in de voetsporen van zijn moeder getreden en ook edelsmid (dat is: goud- en zilversmid) geworden. Zijn atelier is gevestigd in een prachtig rijksmonument, een voormalige stelmakerij, op het Groninger Hogeland. Een terugkerend onderwerp in de collectie van zijn atelier is het Ginkgo blad. In het Verre Oosten is de Ginkgo een voorwerp van verering. In Japan wordt deze boom als een god vereerd. De Ginkgo staat daar symbool voor onveranderlijkheid, hoop, liefde, toverkracht, tijdloosheid en een lang leven. Speciaal voor deze expositie heeft Arne een aantal nieuwe sieraden met (Ginkgo)bladeren ontworpen en gemaakt.

Klaas Klazema, de Friese schilder van de pure natuur. Zijn landschappen doen denken aan de Haagse School, met soms een vleugje Jacob van Ruisdael of Barend Cornelis Koekoek. Bospaden, vennetjes, heide. Veel bomen en struweel maar, opmerkelijk genoeg, geen mensen of dieren. Wel die fraaie zomer- of herfstatmosfeer. Soms zelfs een beetje heiig. Dat geeft zijn landschappen een enorme rust en verstilling. Met penseel, kwast, paletmes en olieverf creëert hij taferelen om bij weg te dromen. Klaas volgt momenteel het laatste jaar van de masteropleiding van de Foudgumse School, de kleinste en noordelijkste kunstacademie van Nederland.